WET van 30 mei 1963, houdende nieuwe regelen omtrent de visserij WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wetgeving op het gebied van de visserij aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk I. Algemene bepalingen§ 1. BegripsomschrijvingenArtikel 11.Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:a. "Onze Minister": Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;b. "De Kamer": de Kamer voor de Binnenvisserij bedoeld in artikel 45;c. "de rechthebbende op het visrecht": de gerechtigde tot vissen uit welken hoofde ook, behalve de houder van een s...